(wat volgt, gaat enkel op voor de privésector)

 

Welke werknemer het geboorteverlof opnemen?

Het geboorteverlof kan opgenomen worden door:

  • ofwel de vader
  • ofwel de meeouder
  • ofwel de samenwonende partner die het kind niet wettelijk erkent.

Staat het wettelijk afstammingsrecht niet vast, dan komt dit recht in  dalende volgorde toe aan de werknemer die op het ogenblik van geboorte:

  • gehuwd is met de moeder.
  • wettelijk samenwoont met de moeder en bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. Deze persoon mag geen bloedverwant in rechte lijn, broer of zus zijn.
  • sedert een onafgebroken periode van drie jaar voorafgaand aan de geboorte op permanente en affectieve wijze samenwoont met de moeder en bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. Deze persoon mag geen bloedverwant in rechte lijn, broer of zus zijn.

Als de meeouder geen juridische band met het kind kan aantonen, wordt er gevraagd naar een bewijs van partnerschap met de ouder waarvan de afstamming vaststaat en bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. Dit bewijs van partnerschap kan worden geleverd door:

  • de huwelijksakte
  • een bewijs van wettelijke samenwoning
  • een uittreksel uit het bevolkingsregister waaruit de inschrijving op hetzelfde adres blijkt gedurende minstens drie onafgebroken jaren voorafgaand aan de geboorte

Duur van het geboorteverlof

Je werknemer heeft recht op 10 werkdagen geboorteverlof, ook als hij/zij deeltijds werkt, ook bij een tweeling of meerling.

Hij/zij kan het geboorteverlof opnemen tot 4 maanden na de bevalling, aaneensluitend of gespreid.

Voor de drie eerste dagen betaal je als werkgever het volledig loon. De volgende dagen ontvangt de werknemer een uitkering via het ziekenfonds, namelijk 82% van het (begrensde) brutoloon.